3 manieren om van je leven een kunstwerk te maken

potter-1139047_640

‘We kunnen ons brein opnieuw bedraden zodat het meer geneigd is tot positieve gedachten en gevoelens.’

Neuropsycholoog R. Hanson en neuroloog R. Mendius, in Psychologie Magazine, juni 2012, p83

Hoe ziet jouw leven eruit?
Als jouw leven een kunstwerk zou zijn, hoe zou het er dan uitzien? Jij bent de kunstenaar, dus jij bepaalt. Uit onderzoek blijkt dat ons denken grote invloed heeft op ons leven, meer vaak nog dan de dingen die we meemaken. Mooi denken leidt tot een mooi leven, zou je kunnen zeggen. De kwaliteit van je denken is de sleutel: is jouw kunstwerk een top of een flop?

Je denken kies je zelf
Misschien heb je het idee dat je denken iets is dat je overkomt, en als je niks doet is dat vaak ook zo.
Maar: elk denken is bij te sturen en blijvend te veranderen!

Drie manieren
Er zijn drie manieren die je kunt inzetten om je denken positief te sturen.
Begin met je gedachte te formuleren in de vorm van een (compacte) zin.

1. Dan stel je er vier vragen over, en je keert hem om. Deze methode heet The Work, van Byron Katie. De vier vragen zijn;

  1. Is dat waar?
  2. Kan ik heel zeker weten dat dat waar is?
  3. Hoe voel je je als je die gedachte denkt?
  4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?

Voorbeeld: René
René geloofde dat zijn leidinggevende zijn potentie niet zag. Hij was daar helemaal van overtuigd. In de coaching sessie besloten we The Work toe te passen. Bij de eerste vraag antwoordde Rene ‘ja’. Na de tweede vraag was hij al niet meer zo zeker van zijn zaak. Nee, heel zeker wist hij het niet. Bij de derde vraag voelde hij zich gespannen worden en kreeg het gevoel niet gezien te worden door zijn leidinggevende. Hij vond dat geen prettig gevoel. Bij de vraag of hij de gedachte los kan laten voelde hij zich meer ontspannen.
De omkering van het beeld ‘mijn leidinggevende ziet mijn potentie niet’ is in dit voorbeeld; ‘ík zie mijn potentie niet’. René’s eerste reactie was: ‘dat is niet waar, natuurlijk zie ik die wel’! Hij dacht nog een keer na en besefte zich met een schok; ‘het is waar, ik zie mijn eigen potentie niet, en hoe kan een ander die dan zien’? Toen vroeg René zich af: hoe kan ik mijn potentie beter zichtbaar maken? Hij kreeg er energie van om met die vraag aan de slag te gaan.

2. Een andere manier om je denken te sturen is, jezelf een concrete, oplossingsgerichte vraag te stellen. Wacht daarna rustig op het moment dat het antwoord je binnen valt.
Soms heb je van die gedachtestromen die eigenlijk nergens toe leiden, maar ze maken wel dat je energieniveau daalt. Door jezelf een concrete, oplossingsgerichte vraag te stellen, dwing je je brein om een antwoord te geven. Dat doet ons brein namelijk het liefst, actief met een vraagstuk bezig zijn en oplossingen leveren.

Voorbeeld: Margje
Margje had gedoe met iemand op haar werk. Ze had de situatie van alle kanten bekeken, zich in de omstandigheden ingeleefd, zich voorgesteld wat er allemaal nog meer mis zou kunnen gaan tussen hen. Dat bracht haar nergens, constateerde ze. Elk scenario had een andere negatieve uitkomst. Tot het moment dat ze zichzelf een concrete vraag stelde. ‘Wat kan ik doen om rust tussen hem en mij te creëren’? Binnen tien minuten (het kan soms even duren) schoot het haar te binnen; ‘er is (belangrijke) informatie die hij niet heeft, die ga ik hem mailen’. Zo gedacht, zo gedaan. Meteen voelde ze zich een stuk beter. En het ‘happy end’ was dat ze een vriendelijke reactie van hem terugkreeg.

3. De laatste manier is om jezelf de vraag te stellen wat je van de situatie kunt leren.
Ik heb verschillende keren meegemaakt dat er iets was voorgevallen, en dat bleef me maar achtervolgen. Mijn denken was ervan doordrenkt. Het lukte me niet om het los te laten en dat vrat energie. Tot het moment dat ik me afvroeg; ‘wat kan ik hiervan leren’? Ik had even tijd nodig, maar toen ik dat helemaal overzag, kon ik het wel loslaten. En als vanzelf stopte de neiging om me scenario’s voor de geest te halen waar ik neerslachtig van werd.