Hoe goed ben jij al in het reguleren van je zenuwstelsel?
Kies per vraag het antwoord dat het beste bij je past. Er zijn geen goede of foute antwoorden.
1. Wanneer er onverwacht iets gebeurt (bijvoorbeeld kritiek of tijdsdruk), dan…
A. raak ik direct gespannen of schiet ik in actie
B. merk ik stress, maar kan ik meestal bij mezelf blijven
C. blijf ik grotendeels rustig en handel ik vanuit overzicht
2. Ik merk lichamelijke signalen van spanning (zoals versnelde ademhaling, kaken aanspannen, schouders optrekken) bij mezelf …
A. meestal pas na een tijdje op
B. soms, maar niet altijd direct op
C. vaak al in een vroeg stadium op
3. Na een stressvolle situatie…
A. blijf ik nog lang ‘aan’ staan
B. heb ik even nodig om te landen
C. kom ik relatief snel weer tot rust
4. Als iemand emotioneel dichtbij komt…
A. word ik snel onrustig of trek ik me terug
B. wisselt per situatie hoe ik reageer
C. kan ik meestal aanwezig blijven
5. Mijn ademhaling is in het dagelijks leven meestal…
A. hoog, snel of oppervlakkig
B. wisselend
C. rustig en laag
6. Wanneer ik moe ben…
A. ga ik toch door
B. luister ik soms naar mijn lichaam, soms niet
C. neem ik de signalen van mijn lichaam serieus en pas ik mijn tempo aan
7. Bij spanning merk ik dat mijn denken…
A. chaotisch of zwart-wit wordt
B. wat vernauwt
C. grotendeels helder blijft
8. Ik heb manieren om mezelf tot rust te brengen die…
A. eigenlijk meestal niet echt helpen
B. soms helpen
C. meestal effectief zijn
9. In contact met anderen…
A. pas ik me snel aan om spanning te vermijden
B. merk ik mijn neiging tot aanpassen
C. blijf ik meestal afgestemd op mezelf
10. Als iets me raakt…
A. draag ik dat lang mee
B. kan ik het deels laten zakken
C. zakt het meestal vanzelf weg
11. Stilte of niets-doen voelt voor mij…
A. ongemakkelijk
B. soms fijn, soms lastig
C. meestal prettig en regulerend
12. Mijn lichaam voelt over het algemeen…
A. vaak gespannen of onrustig
B. wisselend
C. meestal veilig en ontspannen
13. Bij conflict…
A. schiet ik in verdedigen of bevriezen
B. merk ik spanning maar blijf ik (deels) aanwezig
C. kan ik spanning dragen en reageren vanuit keuze
14. Ik herken het verschil tussen ‘ik ben geactiveerd’ en ‘ik ben rustig’…
A. nauwelijks
B. enigszins
C. vrij duidelijk
15. Over het geheel genomen weet ik dat…
A. spanning mij snel overneemt
B. ik me soms kan reguleren
C. mijn systeem zichzelf gemakkelijk kan herstellen
Score & reflectie
Meeste A’sJe zenuwstelsel is vaak actief of alert. Je bent waarschijnlijk sterk afgestemd op je omgeving. Regulatie vraagt nog bewuste ondersteuning.
Meeste B’sJe bevindt je in een leer- en integratiefase. Je herkent signalen steeds beter en kunt soms bijsturen.
Meeste C’sJe hebt een goede basis van zelfregulatie. Je systeem vindt relatief gemakkelijk weer balans, ook na activatie.
Deze test is geen diagnose, maar een momentopname.
De uitslag van de test vertelt je waar je winst kunt boeken als je je zenuwstelsel beter wilt leren reguleren.